Single post
De Arti-groep aan het werk in Claartjes kantoor

De kijk van de student-conservatoren op het maken van de tentoonstellingen

Hieronder staan passages vermeld over hoe de student-conservatoren aankijken tegen het maken van de tentoonstellingen Arti in oorlogstijd en Goed Fout/ErfgoedLab. Zo komen de bijzonderheden van het uitdenken en uitwerken van deze tentoonstellingen aan bod en worden de valkuilen besproken.

 Wat vind jij bijzonder aan het maken van een tentoonstelling (met dit thema)? Op welke onverwachte problemen ben je gestuit?

Marieke:

‘Het is bijzonder te beseffen dat de voorwerpen die worden getoond stille getuigen zijn van een periode die één van de belangrijkste plekken in onze moderne geschiedenis inneemt. Voorwerpen die zonder de oorlog nooit tot stand zouden zijn gekomen.’

Robin:

‘Het vak Tentoonstellingspracticum heeft mij erg enthousiast gemaakt de afgelopen tijd. Vooral de veelzijdigheid van dit vak heeft daaraan bijgedragen. Naast het onderzoek dat komt kijken bij het maken van een tentoonstelling, heb ik vooral veel geleerd van de praktische kant. Deze praktische kant komt voor mij naar voren in het maken van het introductiefilmpje voor de tentoonstelling en het schrijven van de tentoonstellings- en catalogusteksten. De vrijheid die je als groep krijgt om zelf ideeën aan te dragen, maakt dit vak tot een prachtige uitdaging. Het is voor het eerst dat ik bij een vak het idee heb dat ik een steentje kan bijdragen aan het ‘culturele leven’.  Bij elke stap die je zet richting de uiteindelijke tentoonstelling, moet je het publiek in je achterhoofd houden. Hoe brengen we het verhaal achter de tentoonstelling het beste naar voren? Welke objecten gaan we daarvoor gebruiken? Hoe richten we de ruimte in? En op welke manier wakkeren we met de tentoonstelling de discussie aan? Het feit dat de tentoonstelling er ook daadwerkelijk gaat komen en het een gevoelig, historisch onderwerp betreft, maakt dat er overal aan gedacht moet worden; de kleinste details doen ertoe. Dit zorgt er voor mij persoonlijk voor dat ik me erg nuttig voel, en zelfs een beetje “belangrijk”. Het onderwerp “kunstenaars in oorlogstijd” gaf ons de mogelijkheid “onderbelichte” kanten van de vaderlandse geschiedenis naar voren te brengen, zoals kunst gemaakt door een NSB’er. Mede door onze positie als “student” is het mogelijk om een nieuwe, verfrissende blik te geven op het onderwerp en het verhaal zo compleet mogelijk te laten zien. Ongetwijfeld zal er ook discussie ontstaan; naar mijn idee een teken dat de tentoonstelling is geslaagd.’

‘Veel problemen ben ik persoonlijk nog niet tegengekomen. De sfeer in de groep is goed, er wordt goed gecommuniceerd en iedereen heeft zijn eigen taken. Ik heb het idee dat iedereen zijn taak heel serieus neemt, wat belangrijk is voor de balans in de groep. Duidelijke communicatie blijft essentieel. Met deze veelzijdige groep studenten, met ieder hun eigen kwaliteiten, durf ik zonder twijfel te zeggen dat we een tentoonstelling gaan neerzetten waar we trots op kunnen zijn!’

Conservator 3:

‘Het vak Tentoonstellingspracticum biedt studenten een mooie kans om kennis te maken met het reilen en zeilen rond het maken van een tentoonstelling. Onder begeleiding gingen we aan de slag met het vinden van een geschikt onderwerp en al snel werden taken zorgvuldig verdeeld. Het leuke aan het maken van een tentoonstelling over dit onderwerp is dat verschillende objecten en verhalen samenkomen en verschillende perspectieven creëren op het kunstenaarschap in de oorlogstijd. Het lastige aan het werken met zo’n grote groep (9 studenten) is het feit dat men graag alles democratisch wil overleggen. Dit kan veel tijd kosten, terwijl sommige beslissingen ook gemaakt kunnen worden door een of twee personen die verantwoordelijk zijn voor een taak.’

LEAVE A COMMENT

theme by teslathemes