Single post

Arti in oorlogstijd: Hedwigs favoriete werk

De stukken die de meeste indruk op me hebben gemaakt in de tentoonstelling Arti in Oorlogstijd waren de archiefstukken, met name de ariërverklaring die door kunstenaars ingevuld moest worden voor het toetreden tot de Kultuurkamer. Op dit document diende de kunstenaar middels een  stamboom zijn afkomst aan te geven. Wanneer je zo zwart op wit ziet dat afkomst, voorouders, de positie waarin men geboren wordt, reden was om een kunstenaar uit te sluiten voor de Kultuurkamer besef je dat het hier niet bij was gebleven: dat om diezelfde bizarre reden mensen naar concentratiekampen gedeporteerd werden, en zelfs vermoord werden. Dat is een gegeven dat we ons vandaag de dag niet meer kunnen voorstellen gelukkig, maar dit werd me pijnlijk duidelijk bij het zien van de stamboom van een ‘ariërverklaring’.

Daarnaast maakte de brief van Arti et Amicitiae gericht aan Dirk Vis indruk op me. De vereniging stuurde de brief in 1945 aan de kunstenaar, die zich niet had willen aanmelden bij de Kultuurkamer en daarop de vereniging besloot te verlaten. In deze brief werd Vis gevraagd weer lid te worden van de vereniging, waarbij hij weer ‘in zijn recht hersteld zou worden’ en vrijgesteld zou worden van het betalen van het contributiegeld over de voorgaande (oorlogs)jaren. De inhoud van deze brief verbaasde mij omdat hier, zo kort na de oorlog, nog zo makkelijk gekeken werd naar de principiële overtuiging van iemand die  de keuzes van de vereniging in de oorlog had afgekeurd. Dit illustreerde voor mij hoe de visie op de oorlog door de tijd heen veranderd is, en hoe het besef van de eigen collaboratie nog heeft moeten ‘bezinken’ bij de vereniging.

Hedwig Braam

LEAVE A COMMENT

theme by teslathemes